Historie van de kerk

Alleen de toren op de Uitwierder wierde is eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. De vrijstaande toren is vele eeuwen ouder dan de huidige kerk uit 1839 en behoorde waarschijnlijk tot een voorganger. De toren werd rond 1200 opgetrokken uit donkerrode kloostermoppen, en werd in 1275 verhoogd. Toen de toren in 1840-44 bouwvallig was geworden werd hij met één geleding verlaagd en afgedekt met een nieuwe spits. De muren hebben een dikte van 1.15 meter. In 1990-91 werd de beklamping van de westgevel vernieuwd en werd het oorspronkelijke profiel van de toren hersteld, met 19e eeuwse baksteen. Op de torenspits staat een windvaan in de vorm van een ruiter te paard, naar verluidt de heer Jan Cornelis Bos, aan wie de toren zijn behoud te danken heeft. Zijn naam is, net als die van Uniko Ripperda, te lezen op een ingemetselde gedenksteen boven de ingang.

Inwendig bestaat de toren uit vier verdiepingen, waarvan de onderste gedekt is met een gemetseld koepelgewelf. In de oostwand is een dichtgemetselde doorgang naar de kerk te zien, net als op de eerste verdieping. De verdieping wordt verlicht door vensters binnen een siernis aan elk van de drie vrij liggende zijden. De derde verdieping is de klokkenzolder: in de zware eiken luidstoel hangen twee klokken. De kleinste zou uit de 13e kunnen dateren, gezien het motief van de eenvoudige randversiering. De grote klok werd in 1516 gegoten voor een kerk in het Oldambt.

In 2010 werd het inwendige van de toren verbouwd tot ‘Uitkijk-kerktoren’ naar een ontwerp van architectenbureau Onix. Als nieuw element werd een trapmeubel in de toren geplaatst; een massief houten, licht geschilderd element die de aandacht van de bezoeker richt op karakteristieke, bijzondere plekken van de toren door de balustrade voortdurend van hoogte te laten veranderen. Bovenin de toren werd zitgelegenheid gecreëerd met een doorloop naar een klein balkon aan de achterzijde van de toren.